Vraag je je af waarom je haar stro-achtig, dof en breekbaar blijft, wat je ook probeert? Je ontdekt hoe je dood haar herkent, wat je nú kunt doen om het direct beter te laten ogen (van proteïne/vochtbalans tot hittebescherming), en wanneer knippen echt de beste keuze is. Ook krijg je simpele gewoontes om nieuwe schade te voorkomen, zodat je lokken weer meer glans, veerkracht en lengte vasthouden.

Wat is dood haar
Dood haar is haar dat zó ver is aangetast dat de vezel niet meer te redden is en alleen knippen écht helpt. Elk haar dat uit je hoofdhuid groeit is technisch gezien al dood weefsel, maar in de praktijk bedoel je met dood haar een streng waarvan de beschermende schubbenlaag (cuticula) grotendeels is weggevreten, waardoor de binnenlaag (cortex) blootligt en breekt. Dat zie je terug in hardnekkige dofheid, een stro-achtige feel, extreme pluis en puntjes die blijven splijten, ook na behandelingen. Het verschil met “gewoon” beschadigd haar is dat beschadigd haar nog redelijk reageert op verzorging: het voelt beter, glanst weer een beetje en houdt styling vast. Dood haar daarentegen verliest elasticiteit, rekt vreemd uit of breekt direct, en valt niet duurzaam te herstellen.
Oorzaken zijn meestal stapeling van chemische behandelingen zoals bleken en permanenten, te hete tools zonder hittebescherming, veel zon en chloor, en mechanische wrijving door ruw drogen of borstelen. Omdat een haarvezel geen levende cellen of doorbloeding heeft, kan het zichzelf niet repareren; producten met eiwitten, oliën of siliconen kunnen de schade hooguit tijdelijk opvullen en verzegelen, zodat het er gezonder uitziet. Wil je dood haar herkennen, let dan op aanhoudende breuk en puntjes die na een knipbeurt snel weer rafelen. De duurzaamste oplossing blijft tijdig knippen en je routine aanpassen om nieuwe schade te voorkomen.
Definitie en verschil met beschadigd haar (onomkeerbare schade)
Dood haar is haar dat zó ver is aangetast dat de vezel structureel kapot is en niet meer te herstellen valt. De beschermende schubbenlaag (cuticula) is dan grotendeels verdwenen, waardoor de binnenlaag (cortex) blootligt, elasticiteit verliest en makkelijk breekt. Beschadigd haar daarentegen heeft wel schade, maar reageert nog op verzorging: met conditioner, proteïne en oliën voelt het weer soepeler, glanst het beter en houdt het styling redelijk vast.
Bij dood haar werkt dat alleen cosmetisch en kortstondig; na een wasbeurt valt het weer terug in stro-achtigheid en breuk. Je merkt het aan puntjes die blijven splijten, haar dat niet veerkrachtig terugveert en kleur die slecht pakt of snel vervaagt. Het echte verschil: beschadigd haar kun je managen, dood haar moet je knippen.
Belangrijkste oorzaken (hitte, chemie, zon, wrijving)
Dood haar ontstaat meestal door een optelsom van hitte, chemie, zon en wrijving. Hitte van föhn, stijltang of krultang (zeker boven 180°C) denatureert keratine, laat de schubbenlaag openstaan en kan zelfs blaasjes in de haarvezel vormen; zonder hittebescherming gaat dat extra snel. Chemische behandelingen zoals bleken, ontkrullen, permanenten en vaak kleuren openen de cuticula, breken bindingen en spoelen bouwstoffen weg, vooral als je behandelingen stapelt of te kort op elkaar plant.
Zon voegt daar UV-schade aan toe: pigment en eiwitten breken af, terwijl zout en chloor het nog droger maken. Wrijving door ruw handdoekdrogen, hard borstelen (zeker als je haar nat is), strakke elastiekjes, helm- of kraagwrijving en katoen op je kussen rafelen de puntjes verder uit. De cumulatieve belasting maakt uiteinden poreus, broos en uiteindelijk echt dood.
[TIP] Tip: Knip elke 6-8 weken de punten om dood haar te voorkomen.

Dood haar herkennen
Dood haar valt op door hardnekkige tekenen die niet verdwijnen met extra verzorging. Zo herken je het snel en betrouwbaar.
- Zichtbare signalen: het voelt ruw en stro-achtig, oogt dof en pluizig; gespleten punten keren snel terug en uiteinden lijken doorschijnend of rafelig met witte puntjes/knikjes; je vindt meer afgebroken stukjes in borstel en op kleding, het haar klit sneller doordat de schubbenlaag is opengerafeld; krul of stijl houdt slecht en kleur pakt vlekkerig of vervaagt razendsnel door extreme porositeit.
- Eenvoudige thuis-tests: rekproef (een losse pluk rekt óf nauwelijks en knapt, óf rekt overdreven en veert niet terug); natproef (nat voelt gommerig/taai of juist broos en breekbaar); glijtest met vingers (blijft haken op ruwe plekken i.p.v. soepel te glijden); snelle wateropname bij wassen is een extra hint van hoge porositeit.
- Veelgemaakte herkenningsfouten: droogte of productopbouw verwarren met schade (na één wasbeurt/clarifying en conditioner is dat vaak opgelost, dood haar niet); frizz door luchtvochtigheid aanzien voor breuk; babyhaartjes/uitgroei verwarren met afgebroken haar; denken dat “herstellende” producten het dode deel repareren-ze camoufleren, maar maken de schade niet ongedaan.
Zie je meerdere van deze signalen tegelijk, dan is de kans groot dat je met dood haar te maken hebt. In de volgende sectie lees je wat je er wél aan kunt doen.
Zichtbare signalen (stro-achtig, breuk, gespleten punten, dof)
Dood haar valt vooral op door een stro-achtige textuur en een doffe, matte uitstraling: licht weerkaatst niet en je lokken missen glans. De puntjes splijten in Y-tjes of vertakken verder, met rafelige uiteinden die geen strakke lijn meer vormen. Je ziet kleine witte puntjes of knikjes aan het einde van haren waar breuk begint, en overal korte afgebroken haartjes die rechtop staan, vooral rond je kruin en haarlijn.
Uiteinden kunnen doorschijnend en ongelijk ogen, terwijl je haar sneller klit en een pluizige “halo” vormt, zeker bij vocht. Tijdens borstelen of wassen blijven er opvallend veel korte stukjes achter in je kam of op je kleding. Blijven deze signalen terugkomen, ook na verzorging, dan kijk je waarschijnlijk naar dood haar in plaats van tijdelijk beschadigd haar.
Eenvoudige thuis-tests om te checken
Pak een schone streng en laat je vingers van punt naar wortel glijden; voel je haken en een schuurpapier-achtig oppervlak, dan staat de schubbenlaag waarschijnlijk open. Doe daarna een rektest op nat haar: rek de streng voorzichtig uit en kijk of hij terugveert. Gezond haar veert terug, dood haar breekt snel of blijft uitgerekt en gomachtig. Trek heel licht aan de uiterste puntjes; als ze bij minimale spanning afknappen, is de vezel verzwakt.
Spray vervolgens een fijne nevel water: zuigt je haar alles direct op en droogt het ongelijk en razendsnel, dan is het vaak té poreus. Draai de streng onder fel licht; doffe, rafelige stukken weerkaatsen slecht. Vertrouw nooit op één test, maar op meerdere signalen tegelijk.
Herkenningsfouten die je makkelijk maakt
Je verwart dood haar vaak met tijdelijk gedoe. Pluis door luchtvochtigheid lijkt op schade, maar zakt weg met een beetje anti-frizz. Dofheid kan komen door productlaag of kalk uit hard water; na een reinigende wasbeurt (clarifying) oogt je haar ineens weer lichter en gladder. Witte puntjes aan de lengtes zijn breuk, maar korte haartjes bij je kruin zijn vaak nieuwe uitgroei, geen afbraak.
Een stug gevoel hoeft niet per se dood haar te zijn: te veel proteïne maakt haar hard, te weinig hydratatie maakt het knetterdroog. Ook krul- of coily haar voelt van nature minder glad, waardoor je ruwte snel aanziet voor schade. Check altijd meerdere signalen tegelijk voordat je het “dood haar” noemt.
[TIP] Tip: Voelt stroachtig, breekt nat, heeft gespleten punten? Haar is dood.

Wat kun je doen bij dood haar
Dood haar kun je niet echt repareren, dus je eerste stap is bepalen hoeveel je laat knippen om verdere breuk te stoppen. Soms is een royale knipbeurt nodig, maar je kunt ook kiezen voor regelmatige micro-trims om de overgang zachter te maken. Tot je afspraak bij de kapper houd je het draagbaar met intensieve conditioners, een milde proteïnebehandeling als je haar slap aanvoelt, en een leave-in met siliconen om te verzegelen en glans terug te brengen. Beperk hitte zo veel mogelijk; als je toch stylet, verlaag de temperatuur, gebruik altijd hittebescherming en laat tools niet te lang op één plek.
Ontwar onder de douche met conditioner en een brede kam, dep in plaats van wrijven en slaap op satijn om wrijving te verminderen. Pauzeer chemische behandelingen zoals bleken of ontkrullen en bescherm tegen zon, chloor en zout water. Richt je ondertussen op sterke, gezonde uitgroei met een milde wasroutine en evenwicht tussen hydratatie en proteïne. Breekt je haar massaal of voelt het gomachtig, plan dan snel een knipbeurt en advies bij je kapper.
Wanneer knippen onvermijdelijk is
Knippen is onvermijdelijk zodra de schade zo ver doorloopt dat producten niets meer doen en breuk blijft terugkomen. Zie je gespleten punten die omhoog kruipen, witte puntjes of knikjes halverwege de lengte, doorzichtige rafelige uiteinden en een “klittenband”-gevoel bij het ontwarren, dan moet er echt een stuk af. Voelt nat haar gomachtig en rekt het zonder terug te veren, of knapt het juist direct bij lichte spanning, dan is de vezel structureel kapot.
Merk je dat kleur slecht pakt of razendsnel vervaagt en styling niet meer houdt, dan is de cuticula te ver open. Micro-trims helpen alleen als de schade in de laatste centimeters zit; loopt het dieper, dan kies je beter voor een grotere knipbeurt boven de zwakke zone.
Cosmetische verbetering: producten en technieken
Onderstaande tabel zet de meest gebruikte producten en technieken op een rij die dood haar optisch verbeteren: wat ze doen, hoe je ze inzet en hun beperkingen.
| Product/techniek | Cosmetisch effect | Beste gebruik | Beperkingen/risico’s |
|---|---|---|---|
| Siliconen-serum (bijv. dimethicone, amodimethicone) | Vult oneffenheden in de cuticula, minder wrijving/pluis, meer glans en slip. | Erwtje op handdoekdroog of droog haar, focus op lengtes/punten; vóór föhn/borstel. | Opbouw mogelijk -> af en toe clarifying shampoo; kan fijn haar verzwaren; herstelt schade niet. |
| Proteïne-filler (hydrolyseerde keratine/tarwe/zijde) | Hecht tijdelijk aan poreuze plekken; iets meer stevigheid en minder breuk bij kammen. | 1-4× per maand; altijd nabehandelen met (leave-in) conditioner voor vochtbalans. | Overdaad -> stug/broos; mogelijke allergie (tarwe/soja); lijmt geen gespleten punten. |
| Bond builder (bijv. bis-aminopropyl diglycol dimaleate) | Helpt sommige zwavelbruggen herstellen; soepeler gevoel, minder afbreken bij chemische behandelingen. | In-salon tijdens ontkleuren/kleuren of wekelijks thuis volgens instructies. | Beperkt effect bij ernstig versleten cuticula; kostbaar; geen wondermiddel of puntjes-reparatie. |
| Zuurspoeling (pH 3-4, bv. verdunde appelazijn/citroenzuur) | Sluit schubben optisch; meer glans, minder pluis; makkelijker doorkammen, helpt kleurbehoud. | Na shampoo, 1-2× per week; ca. 1:5-1:10 verdunnen, kort laten inwerken en uitspoelen. | Te zuur/vaak kan hoofdhuid irriteren of uitdrogen; vermijd wondjes en gevoelige huid. |
| Low-heat föhnen + hittebeschermer | Lijnt schubben, gladder oppervlak; protectant beperkt vochtverlies en hitteschade. | Beschermspray op vochtig haar; föhn lauw met mondstuk, 15-20 cm afstand, constant bewegen. | Cumulatieve hittedoorslijting blijft mogelijk; protectors verminderen, niet voorkomen; geen échte reparatie. |
Kernboodschap: cosmetische middelen maken dood haar tijdelijk gladder, glanzender en handelbaarder, maar repareren de schade niet-gespleten punten moet je uiteindelijk afknippen. Doseer gebruik, bescherm tegen hitte en bewaak de balans tussen proteïne en hydratatie.
Je repareert dood haar niet, maar je kunt het wel optisch mooier maken. Kies voor rijk hydraterende conditioners en leave-ins met filmvormers zoals siliconen om ruwe schubben te verzegelen en glans te geven. Een lichtgewicht olie of serum op de punten vermindert pluis en klit, terwijl een milde proteïnebehandeling gaten tijdelijk opvult; wissel proteïne af met vocht om stugheid te voorkomen.
Lamellaire waters of een zure spoeling helpen de cuticula glad te leggen. Föhn op lage hitte met de luchtstroom van wortel naar punt en gebruik altijd hittebescherming. Een clear gloss of glaze kan kleur en glans opfrissen. Werk rafelige uiteinden tussendoor bij met micro-trims zodat het geheel netter valt.
Wanneer je beter naar een kapper of dermatoloog gaat
Ga naar je kapper als je haar ondanks milde verzorging blijft afbreken, de punten omhoog doorsplijten, je lengte rafelig en stro-achtig oogt of je na een chemische behandeling gomachtige, uitgerekte strengen hebt. Een kapper kan de dode delen veilig wegknippen, een plan maken voor herstel, je stylingtemperatuur en productkeuzes aanscherpen en je begeleiden met een kleurpauze of correctie.
Schakel een dermatoloog in als je naast schade ook hoofdhuidklachten hebt: jeuk, branderigheid, schilfers of korstjes, pijn, plotselinge haaruitval of kale plekken, ontstekingen of een heftige allergische reactie. Twijfel je? Laat eerst je kapper kijken; bij een vermoeden van een medisch probleem verwijst die je gericht door zodat je snel de juiste zorg krijgt.
[TIP] Tip: Knip dood haar weg en gebruik wekelijks een herstellend masker.

Voorkomen van dood haar
Je voorkomt dood haar door wrijving, hitte en chemische stress te minimaliseren en je routine consequent vol te houden. Dit zijn de gewoontes die het grootste verschil maken.
- Dagelijkse gewoontes: dep na het wassen droog met een microvezelhanddoek of T-shirt (niet wrijven); ontwarren onder de douche met veel conditioner van punt naar aanzet met een grove kam of je vingers; slaap op een satijnen kussensloop of draag een satijnen bonnet om schuren te verminderen.
- Verzorging die opbouwt: gebruik bij elke wasbeurt een voedende conditioner en daarna een leave-in; wissel hydraterende producten af met een milde proteïnebehandeling als je haar slap of rekbaar aanvoelt.
- Slim met hitte, chemie en zon: style zo weinig mogelijk met hitte, kies lage temperaturen (meestal onder 180°C), gebruik altijd hittebescherming en laat tools niet lang op één plek; plan chemische behandelingen ruim uit elkaar, laat bleken of ontkrullen door een professional en doe een strengetest bij twijfel; bescherm buiten tegen UV met een pet, sjaal of UV-beschermende spray.
Consistentie wint het van quick fixes: kleine, herhaalbare stappen houden je lengtes sterk. Twijfel je over wat je haar aankan, test eerst een lok of vraag advies aan een professional.
Dagelijkse gewoontes die werken (zacht drogen, ontwarren, satijnen kussensloop)
Je voorkomt dood haar met kleine, consequente stappen. Na het wassen knijp je water zacht uit je haar en dep je met een microvezelhanddoek of katoenen T-shirt; niet wrijven, want dat ruwt de schubbenlaag op. Ontwarren doe je met veel conditioner voor extra “slip”, werk in secties van punt naar aanzet met je vingers of een grove kam en spoel daarna rustig uit.
Breng een leave-in aan om klitten te voorkomen en laat je haar deels aan de lucht drogen voordat je eventueel op lage hitte föhnt met hittebescherming. ‘s Nachts slaap je op een satijnen kussensloop of draag je een losse vlecht, zodat wrijving, pluis en breuk afnemen en je punten langer heel blijven.
Slim omgaan met hitte, chemie en styling (temperatuur, frequentie, bescherming)
Met hitte, chemie en styling draait alles om grenzen en bescherming. Houd je tools zo laag mogelijk ingesteld: vaak is 150-170°C genoeg voor fijn haar en maximaal rond 180-185°C voor dikker haar; maak één langzame haal in plaats van meerdere keren over dezelfde pluk. Gebruik altijd een hittebeschermer op droog of handdoekdroog haar en föhn met mondstuk, met de luchtstroom van aanzet naar punten.
Beperk de frequentie van warmtestyling tot hooguit een paar keer per week en verleng je look met droogshampoo of een satijnen sjaal. Plan chemische behandelingen ruim uit elkaar, combineer ze niet op één dag en doe een strengetest als je twijfelt; bleken en ontkrullen laat je het liefst professioneel doen. Bescherm tegen zon, chloor en zout en draag je haar losjes om wrijving te beperken.
Veelgestelde vragen over dood haar
Wat is het belangrijkste om te weten over dood haar?
Dood haar verwijst naar onomkeerbaar beschadigde haarvezels: de schubbenlaag is kapot, vochtverlies en breuk nemen toe. Oorzaken zijn hitte-tools, chemische behandelingen, UV-licht en wrijving. Maskers herstellen het niet; alleen knippen verwijdert schade.
Hoe begin je het beste met dood haar?
Begin met beoordelen: doe een rek- en porositeitstest, knip gespleten punten direct weg. Stap tijdelijk over op lage hitte, milde sulfaatvrije reiniging, proteïne/peptide- en bond-herstellers, leave-in en hittebescherming. Ontwar zacht, microvezel drogen, satijnen kussensloop gebruiken.
Wat zijn veelgemaakte fouten bij dood haar?
Veelgemaakte fouten: denken dat maskers dood haar herstellen, splits niet knippen, te heet föhnen/stijlen, te vaak bleken/relaxen, hardhandig handdoekwrijven en borstelen, proteïne of olie overmatig stapelen, diagnose missen (breuk verwarren met haaruitval), professionele hulp uitstellen.
