Heb je last van dof, pluizig of snel brekend haar? Ontdek wat ‘dead hair’ echt betekent, hoe je schade herkent met eenvoudige porositeits- en elasticiteitstests, en welke oorzaken – van hitte en chemie tot wrijving en voeding – meespelen. Met praktische tips als pH-gebalanceerd wassen, de juiste proteïne- en hydratatiebalans, bond builders, hittebescherming, microtrims en aandacht voor hoofdhuid en leefstijl krijg je je glans terug en voorkom je nieuwe breuk.

Wat is ‘dead hair’?
Als je het over ‘dead hair’ hebt, gaat het eigenlijk over twee dingen: biologisch gezien is de haarlengte die je ziet (de haarvezel) dood weefsel, en in de volksmond bedoel je vaak haar dat dof en beschadigd oogt. Alleen de haarwortel in de hoofdhuid leeft; de vezel zelf bestaat uit verhoornde keratinecellen zonder bloedvaten of zenuwen, dus die kan niet uit zichzelf herstellen. De haarvezel heeft een schubbenlaag (cuticula) die als dakpannen om de kern (cortex) ligt. Als die schubbenlaag openstaat of beschadigd is, voelt je haar ruw aan, lijkt het mat, breekt het sneller en krijg je gespleten punten of pluizige uiteinden. Oorzaken zijn bijvoorbeeld verven en blonderen, hoge hittetools, wrijving door handdoeken of kussenslopen, zon en chloor, maar ook te hard borstelen of te strakke kapsels.
Belangrijk: ‘dead hair’ is niet hetzelfde als haaruitval; het gaat om de conditie van de vezel, niet om hoeveel haar je hebt. Omdat de vezel dood is, kun je schade niet genezen, maar je kunt wel veel doen om het er beter uit te laten zien en minder snel te laten breken, zoals het oppervlak verzegelen met conditioners en siliconen, de interne bindingen tijdelijk ondersteunen met bond builders, proteïne toevoegen bij zwakte, en vocht aanvullen bij droogte. Gespleten punten knip je het beste weg om verdere rafeling te voorkomen.
Is haar echt dood? opbouw van de haarvezel
Biologisch gezien is de haarlengte die je ziet dood: de vezel bestaat uit verhoornde keratinecellen zonder bloedvaten of zenuwen, dus je haar kan zichzelf niet genezen. Alleen de haarmatrix in de haarwortel leeft en maakt nieuwe cellen aan. De vezel zelf heeft lagen: de cuticula (schubbenlaag) beschermt als dakpannen; de cortex is de kern die je kleurpigment, sterkte en elasticiteit draagt; de medulla is een centrale merglaag die soms ontbreekt.
Sterkte komt uit keratinebundels en bindingen zoals zwavelbruggen (disulfide), waterstof- en zoutbruggen. Warmte, water en pH beïnvloeden vooral de zwakkere bindingen, waardoor je haar tijdelijk vervormt. Als de cuticula beschadigt en openstaat, verliest je haar glans en vocht en breekt de cortex sneller, wat je als “dead hair” herkent.
Hoe herken je het: signalen en thuistests (elasticiteit, porositeit)
Je herkent ‘dead hair’ aan dofheid, een ruw of stroachtig gevoel, veel pluis, knopen, gespleten punten en sneller breken tijdens borstelen of stylen. Met de elasticiteitstest neem je één nat haar, trek je het langzaam uit en laat je los: gezond haar rekt ongeveer 20-30% en veert terug. Breekt het direct, dan is de structuur zwak; rekt het ver uit en blijft het slap, dan is er vaak overhydratatie of beschadigde bindingen.
Voor porositeit kun je op een schone, droge streng een waterdruppel leggen: trekt het snel in en droogt je haar ook snel, dan is de porositeit hoog; blijft water parelen en droogt je haar traag, dan is de porositeit laag. Let ook op productopname: heb je veel conditioner nodig voor voldoende slip, dan is porositeit vaak verhoogd. Combineer altijd meerdere signalen voor een eerlijk beeld.
[TIP] Tip: Borstel wekelijks met ondervachtkam; verwijder dode haren en voorkom klitten.

Oorzaken van dead hair
‘Dead hair’ ontstaat door een mix van chemische, thermische, mechanische en omgevingsfactoren die de schubbenlaag openzetten en de binnenste structuur verzwakken. Blonderen, permanenten, relaxers en herhaald kleuren lossen bindingen op en strippen beschermende lipiden, waardoor je haar poreuzer en breekbaarder wordt. Hittetools op hoge stand denatureren keratine en verdampen vocht, wat leidt tot droogte en verlies van elasticiteit. Ruw borstelen (zeker op nat haar), strak vlechten of staarten, elastiekjes zonder bescherming en hardhandig handdoekwrijven veroorzaken microbreuk en gespleten punten die verder omhoog rafelen als je niet bijtijds knipt. UV-licht oxideert pigment en lipiden, terwijl chloor en zeewater vocht onttrekken; hard water laat een mineraallaag achter die je haar stug maakt en productwerking belemmert.
Ook je routine telt mee: vaak wassen met sterke reinigers, een te hoge pH, geen conditioner of hittebescherming, en een scheve balans tussen proteïne en hydratatie versnellen schade. Interne factoren spelen mee: tekorten aan eiwit, ijzer, zink of omega’s, stress, hormoonschommelingen en bepaalde medicatie beïnvloeden talgproductie en haarkwaliteit. Het gaat om de conditie van de vezel, niet om haaruitval. Door deze triggers te herkennen kun je je routine beschermen en tijdig bijsturen.
Chemische en hitte-schade
Chemische behandelingen zoals blonderen, permanenten en relaxers werken met hoge pH en sterke oxidatie of reductie. Ze tillen de cuticula op, lossen lipiden en verbreken disulfidebruggen in de cortex. Dat maakt je haar poreuzer, ruw en minder elastisch. Herhaald kleuren kan cumulatief eiwitverlies geven. Hitte van föhn, stijltang of krultang denatureert keratine; boven ongeveer 185°C neemt schade snel toe en op nat haar kan water in de vezel flash-boilen, wat bubbelhaar en breuk veroorzaakt.
Zonder hittebeschermer verdampt vocht sneller en verbrandt de schubbenlaag. Beperk chemische behandelingen, plan voldoende hersteltijd en kies lage 170-185°C met één rustige haal op volledig droog haar. Gebruik altijd een hittebeschermend product dat een dunne film vormt, en verzorg met proteïne en conditioners om de cuticula te verzegelen.
Mechanische en omgevingsstress
Wrijving door hardhandig handdoekdrogen, borstelen op nat haar, strakke staarten en vlechten, elastiekjes met metaal, kragen en sjaals, helmen en slapen op katoen schuren de cuticula open. Daardoor ontstaan microbarstjes, klitten, gespleten punten en uiteindelijk breuk. Nat haar is extra kwetsbaar, dus trekken en twisten geeft sneller schade. Omgevingsfactoren versterken dit: UV oxideert pigment en beschermende lipiden, wind en droge lucht onttrekken vocht, sterk wisselende luchtvochtigheid laat de vezel uitzetten en krimpen, chloor en zeewater verstoren de eiwitlaag en hard water laat mineralen neerslaan die je haar stug maken.
Je ziet dat terug als dof, stroachtig haar dat snel in de knoop raakt en product slecht opneemt. Bescherm door frictie te beperken en na zwemmen te spoelen.
Interne factoren (voeding, stress, hormonen)
De kwaliteit van je haarvezel begint in je lijf. Als je te weinig eiwitten, ijzer, zink, vitamine D of B-vitaminen binnenkrijgt, bouwt je lichaam een zwakkere haarstructuur, waardoor je lengtes sneller droog, dof en breekbaar aanvoelen. Onvoldoende omega’s en hydratatie kunnen de talgbalans verstoren, met een drogere hoofdhuid en ruwere punten als gevolg. Stress verhoogt cortisol, knijpt in de doorbloeding van je hoofdhuid en verstoort de groeicyclus, waardoor nieuwe haren dunner en minder veerkrachtig uitgroeien.
Hormonen spelen mee: een trage of snelle schildklier beïnvloedt glans en dikte, en schommelingen rond zwangerschap, postpartum of menopauze maken je haar vaak droger en gevoeliger voor breuk. Door gevarieerd te eten, goed te slapen en stress te temmen, groeit er sterker haar uit, dat je met een slimme routine langer gezond houdt.
[TIP] Tip: Gebruik hittebeschermer en beperk bleken en kleuren om eiwitschade te verminderen.

Wat kun je wel en niet herstellen?
Bij ‘dead hair’ gaat het om een dode vezel, dus echte genezing bestaat niet, maar je kunt veel verbeteren in glans, handelbaarheid en breukbestendigheid. Onomkeerbaar zijn gespleten punten, diepe scheuren in de cuticula, verzwakte cortex met verloren keratine en geoxideerd pigment; die knip je het beste weg om verder rafelen te stoppen. Wel omkeerbaar of op z’n minst te camoufleren zijn oppervlakte- en vochtproblemen. Met conditioners, siliconen en zure rinses sluit je de schubbenlaag optisch, zodat je haar gladder oogt en minder klit. Proteïnerijke producten vullen tijdelijk lege plekjes op en geven stevigheid, terwijl hydraterende ingrediënten vocht aantrekken en vasthouden zodat je haar soepeler en minder breekbaar voelt.
Bond builders kunnen verbroken zwavelbruggen deels herverbinden of nabootsen, wat de veerkracht merkbaar verhoogt, maar het effect is onderhoudsgevoelig. Hittebeschermers beperken nieuwe schade, en een pH-vriendelijke wasroutine helpt je cuticula sluiten. Hoofdhuidzorg, voeding en stressmanagement herstellen de lengtes niet, maar zorgen wel dat nieuwe aanwas sterker groeit, zodat je met knippen en slimme verzorging stap voor stap een gezondere bos opbouwt.
Wat is haalbaar herstel en wanneer knippen nodig is
Haalbaar herstel betekent vooral camoufleren en versterken: je kunt de schubbenlaag tijdelijk gladder maken met conditioner en siliconen, vocht terugbrengen met hydraterende formules, extra stevigheid geven met proteïne en de interne structuur ondersteunen met bond builders. Daardoor oogt en voelt je haar beter en breekt het minder snel, maar de schade is niet echt genezen.
Knippen is nodig als je gespleten punten ziet, witte puntjes of rafelige uiteinden hebt, als je haar gumachtig wordt als het nat is of direct afbreekt bij zacht rekken. Ook bij eeuwige klitten en ruwe, harde punten win je met een goede trim. Plan microtrims om de 8-12 weken en focus daarna op zachte verzorging om nieuwe schade te voorkomen.
Behandelingen die werken: bond builders, proteïne en hydratatie
Onderstaande tabel vergelijkt drie bewezen behandelingen die ‘dead hair’ zichtbaar en voelbaar kunnen verbeteren. Je ziet hoe ze werken, wanneer je ze inzet op basis van signalen/thuistests en waar je op moet letten.
| Behandeling | Doel & mechanisme | Wanneer inzetten (signalen/thuistest) | Voorbeelden, frequentie & aandachtspunten |
|---|---|---|---|
| Bond builders | Herstelt/versterkt interne zwavelbruggen (disulfide) in de cortex; geeft veerkracht terug na chemische schade. Voegt zelf geen hydratatie/slip toe. | Na ontkleuren, kleuring, relaxers of permanente behandelingen; elastiteitstest: rekt weinig en breekt óf voelt rubberig als het nat is; zeer poreus/afbrekend haar. | Ingrediënten: bis-aminopropyl diglycol dimaleate, maleic- of succinic acid-gebaseerde bonders. Gebruik: rond chemische services en 1× per 1-3 weken thuis. Let op: altijd opvolgen met conditioner; repareert geen gespleten punten definitief. |
| Proteïnebehandeling | Hydrolyseerde proteïnen hechten aan het haar en vullen zwakke plekken; verhoogt stevigheid en tijdelijke sterkte. | Haar voelt slap/mushy, rekt te ver zonder terugveer; hoge porositeit; breekt vooral wanneer nat. | Ingrediënten: hydrolysed keratin, wheat/soy/silk protein, amino acids. Frequentie: licht wekelijks; intensief elke 3-4 weken. Let op: te veel proteïne = stijf/knisperend en breekbaar; altijd balanceren met hydratatie. |
| Hydratatie (moisture) | Humectanten trekken water aan; emollients/occlusives verzachten en verminderen wrijving/pluis; verbetert glans en handelbaarheid. | Droog, stro-achtig, dof, veel klitten/pluis; lage elasticiteit door droogte; porositeitstest: neemt snel water op en droogt snel uit. | Ingrediënten: glycerine, propanediol, hyaluronzuur, panthenol, aloë; vetalcoholen (cetyl/stearyl), lichte oliën, siliconen (dimethicone/amodimethicone). Frequentie: conditioner elke was, diep masker 1× per week. Let op: bij extreme luchtvochtigheid humectanten met emollients/sealant balanceren. |
Geen enkele behandeling “maakt haar levend”, maar de juiste match op basis van signalen werkt: bond builders voor zware chemische schade, proteïne voor slappe/overelastische lokken en consequente hydratatie voor soepelheid en glans; knippen blijft nodig bij gespleten punten.
Bond builders richten zich op de zwavelbruggen in je haar en helpen verbroken verbindingen te herstellen of na te bootsen, waardoor je vezel weer compacter en veerkrachtiger aanvoelt. Het effect is niet permanent, dus herhalen loont, zeker rond chemische behandelingen. Proteïne (bij voorkeur gehydrolyseerd) vult kleine scheurtjes op en geeft stevigheid; merk je dat je haar stug of snel breekbaar wordt, bouw dan de frequentie af en voeg extra hydratatie toe.
Hydratatie draait om humectanten die water aantrekken en emollienten of siliconen die het vasthouden, zodat pluis tempert en glans terugkomt. Werk in cycli: een proteïneboost, gevolgd door een hydraterend masker en afdichten met een leave-in. Een licht zure pH en milde warmte verbeteren de opname zonder extra schade.
[TIP] Tip: Knip dode punten af; je herstelt alleen glans, niet structuur.

Routine en preventie voor sterker, glanzend haar
Sterk, glanzend haar begint bij een zachte routine die schade voorkomt in plaats van achteraf te fixen. Was met milde shampoos en volg altijd met een conditioner die de schubbenlaag sluit; heb je snel buildup, plan dan af en toe een milde reiniger of een chelating shampoo als je hard water hebt, die mineralen losmaakt zonder je haar te strippen. Gebruik een leave-in voor slip en bescherming, en stileer met zo weinig mogelijk hitte; als je toch tools gebruikt, kies een hittebeschermer, werk op volledig droog haar en blijf onder de 185°C. Dep je haar met een microvezeldoek, ontwarren doe je van punten naar aanzet met een kam of je vingers, en slaap op een satijnen kussensloop om wrijving te beperken.
Houd de balans tussen proteïne en hydratatie in de gaten: voelt je haar slap en rekbaar, dan wat meer proteïne; is het stug en ruw, focus op hydratatie en verzachters. Bescherm buiten tegen UV met een hoed of product met UV-filter, spoel na zwemmen meteen uit, en plan regelmatige microtrims om rafelige punten te voorkomen. Met consistente, eenvoudige gewoontes houd je je lengtes langer sterk en laat je je glans terugkomen.
Wassen en conditioneren: PH, milde sulfaten en siliconen
Een slimme wasroutine draait om een licht zure pH, omdat dit de schubbenlaag sluit en glans geeft. Kies pH-gebalanceerde shampoos; een te hoge pH laat je cuticula opzwellen en maakt je haar ruw. Milde sulfaten zoals SLES, of sulfaathoudende blends met betaines, en sulfaatvrije opties zoals isethionaten of glucosiden reinigen zonder al je lipiden te strippen. Pas de kracht aan op talg en productresten, en gebruik af en toe een clarifying of chelating shampoo bij hard water.
Siliconen vormen een dunne, gladmakende film die wrijving, pluis en vochtverlies vermindert en helpt bij hittebescherming; ze zijn met milde reinigers te verwijderen. Conditioner met zure pH en kationische stoffen geeft slip, sluit de cuticula, vermindert breuk en laat je haar merkbaar soepeler aanvoelen.
Styling en bescherming: hittebescherming, lage temperatuur en wrijving verminderen
Je voorkomt de meeste schade door eerst een hittebeschermer aan te brengen en die gelijkmatig te verdelen voordat je gaat föhnen of stylen. Föhn bij voorkeur pas als je haar 70-80% aan de lucht gedroogd is, werk met een lage tot middelhoge temperatuur en sluit af met een koele luchtstoot om de vorm te zetten. Gebruik bij stylingtools een schone plaat, lichte spanning en één langzame haal onder de 185°C; nooit op nat haar om bubbelhaar te vermijden.
Verminder wrijving door te deppen met een microvezeldoek, te slapen op satijn en elastiekjes zonder metaal te gebruiken. Een lichte leave-in of siliconenserum vormt een glijlaag, waardoor je minder hard hoeft te borstelen en je punten langer intact blijven.
Leefstijl en hoofdhuidzorg: voeding, massage en stressmanagement
Sterk, glanzend haar begint bij wat je dagelijks doet. Geef je lichaam bouwstenen voor keratine met voldoende eiwitten, ijzer, zink, B-vitaminen, vitamine D en omega’s, en drink genoeg water; zo groeit er compacter haar uit je hoofdhuid. Masseer je hoofdhuid 3-5 minuten per dag met je vingertoppen of tijdens het wassen om de doorbloeding te stimuleren, talg gelijkmatig te verdelen en productresten los te maken.
Houd je hoofdhuid schoon met een milde, pH-gebalanceerde shampoo en pak roos of buildup gericht aan, want ontstoken of verstikte haarzakjes leveren zwakkere vezels. Tem stress met beweging, ademhaling en voldoende slaap; een rustiger cortisolritme ondersteunt een stabielere haargroeicyclus. Zo combineer je leefstijl en hoofdhuidzorg tot blijvende winst voor nieuwe aanwas.
Veelgestelde vragen over dead hair
Wat is het belangrijkste om te weten over dead hair?
Dead hair is het deel van het haar boven de hoofdhuid: een dode, keratine-rijke vezel met cuticula en cortex. Het geneest niet; je kunt alleen schade beperken, elasticiteit en porositeit testen, en glans/sterkte beheren.
Hoe begin je het beste met dead hair?
Start met een elasticiteits- en porositeitstest, trim gespleten punten, beperk hitte, en was mild (pH-gebalanceerd). Wissel bond builders, proteïne en hydratatie af. Gebruik siliconenconditioner en hittebescherming, verlaag temperatuur, en bescherm tegen UV en wrijving.
Wat zijn veelgemaakte fouten bij dead hair?
Veelgemaakte fouten: te hoge hitte zonder bescherming, nat haar ruw borstelen, te strak binden, overmatig ontkleuren, te vaak diep reinigen, siliconen mijden terwijl ze beschermen, proteïne of hydratatie overdoseren, en gespleten punten repareren i.p.v. knippen.
